Chauvinisme

Er zijn van die momenten dat ik er reuze trots op ben een Nederlander te zijn. Nederland heeft veel internationaal beroemdgeworden artiesten voortgebracht. Ik vind ze allemaal geweldig en ik heb grote bewondering voor de manier waarop ze zich uiten. De een spreekt me meer aan dan de ander en over smaak valt niet te twisten, ieder heeft zijn eigen voorkeur, maar mijn favoriet is Escher. Tjonge, die man was geniaal. Zijn spelen met diepte en perspectief, zijn in de praktijk onmogelijke constructies, prachtige vlakverdelingen, metamorfoses en zijn uitbeelden van oneindigheid in steeds kleiner wordende figuren hebben hem terecht beroemd gemaakt. Vooral de onmogelijke constructies zijn uitermate boeiend hoewel ik zijn vlakverdelingen en metamorfoses ook erg interessant vind. Kunst moet je gevoelsmatig raken en je even uittillen boven de saaie werkelijkheid, en Eschers werk doet dat met mij. Ja, Nederland kent grote talenten van wie Escher er één is. Een gedeelte van zijn werk maakt een toer door Brazilië en is op dit moment in Curitiba, in het Museu do Olho, te bezichtigen.

En nu we het toch over kunstenaars hebben, dat Oog, die weliswaar niet onmogelijke maar wel onwaarschijnlijke constructie, is ontworpen door Oscar Niemeijer. De man die als architect een hele stad op zijn naam heeft staan. Oké, niet de hele stad, maar wel het regeringscentrum en de stadsplanning van dat gedeelte van Brasília. Ook deze man was geniaal en een echt kunstenaar. ‘Het Oog’ is beslist een interessant gebouw, maar nog veel boeiender vond ik de witte gang in het gebouw. Een gang met een bocht zodat je het eind niet kunt zien, helemaal wit en een plafond met ronde hoeken. Verder was er dusdanig met licht gespeeld dat door optisch bedrog het plafond niet echt zichtbaar was. Het onwezenlijke aan die gang was dat je niet kon zien of het plafond net boven je hoofd was, of meters daar bovenuit kwam. Daar is beslist goed over nagedacht, het was heel apart er te lopen. Het geeft een goed gevoel inwonend burger te zijn van een land met grootse kunstenaars die ons indrukwekkend werk hebben nagelaten, en Oscar Niemeijer is er één van.

In de kolonies komen twee culturen samen en het kan niet anders of dat moet vertaald worden in kunstuitingen. We kennen in ons midden verschillende getalenteerde kunstenaars. Kunstenaars die het verleden naar het heden halen en het heden uit onverwachte hoek belichten. Ze leren ons met andere ogen naar de dingen om ons heen te kijken, zorgen dat we onze gemeenschappelijke geschiedenis niet vergeten en tonen ons de schoonheid van kleuren en vormen. Buiten de mensen met een uitgesproken kunstzinnig talent kennen onze kolonies een heel leger aan levenskunstenaars. Mensen die elke dag hun werk doen, die al dan niet blijmoedig hun leven vormgeven, die ondanks tegenslagen doorgaan, hardnekkig doorgaan, en de moed niet verliezen. Sommigen kunnen zich af en toe aan de dagelijkse beslommeringen onttrekken door zich te verliezen in hun creativiteit en iets tastbaars nalaten, maar de meesten hebben deze gave niet. Hun kunstwerk wordt zichtbaar wanneer ze achterom in de tijd kijken en zien wat hun inspanning heeft bewerkstelligd. De schoonheid van hun meesterwerk is waar te nemen in menselijke relaties, in wat ze voor de gemeenschap betekend hebben of voor hun naaste, in de nalatenschap van hun werk en in het product van hun inspanningen. Om iets moois van het leven te maken hoef je echt niet kunstzinnig te zijn. Ik heb een zwak voor de Nederlandse kolonies waar ik dit soort levenskunst in al zijn facetten zo vaak tegenkom en waar twee vaderlanden bijna naadloos in elkaar overlopen.

Tineke Voorsluys

PS. Werk van Escher is tot 11 Augustus 2013 te bezichtigen in het Museu Oscar Niemeijer.