Waarom nog een Nederlands paspoort

Het kon natuurlijk niet uitblijven, vroeg of laat zou ook ik te maken krijgen met de bezuinigingsmaatregelen van de Nederlandse regering voor landgenoten in den vreemde. Dat vele consulaten in het buitenland gesloten zijn voor het maken van paspoorten, daar is in De Regenboog verschillende keren melding van gemaakt. Het waarom is waarschijnlijk ook bekend, de biometrische apparatuur voor het maken van paspoorten zou te duur zijn om overal te installeren. Het minimumaantal paspoortaanvragen moet 500 per jaar zijn om de investering te kunnen rechtvaardigen. Dat die apparatuur te duur zou zijn om Nederlanders in het buitenland ter wille te zijn is een sterk staaltje Nederlandse zuinigheid. Wanneer ik mijn rijbewijs moet laten verlengen dan staat die biometrische apparatuur in een plaatsje als Carambeí tot onze beschikking. De Carambeiaanse apparatuur is dan ook nog eens completer dan die van het Nederlandse consulaat. Voor mijn rijbewijs hoef ik niet een speciale fotograaf op te zoeken in een of andere shopping in een mij onbekende miljoenenstad, de computer neemt die pasfoto ter plekke. Ik weet dat het niet alleen de kosten van de biometrische apparatuur zijn die in overweging genomen worden, ook ‘veiligheidsinvesteringen’ spelen een rol. Daarom moeten we nu een lange en dure reis ondernemen naar een chaotische en gewelddadige miljoenenstad die bekendstaat om zijn onveiligheid willen we Nederlander blijven. Ik kan niet anders zeggen dan dat we de dupe zijn geworden van Neerlands krenterigheid. In deze context vraag ik me af wat het bestaansrecht is van een consulaat dat een basicdienst als het maken van paspoorten niet meer doet. Curitiba mag dan geen paspoortaanvragen meer behandelen, het consulaat is er nog wel. Vroeger was een consulaat een stukje vaderland in het buitenland. Dat is het nog wel, maar veel diensten die consulair waren, zijn door moderne communicatietechnieken overbodig geworden.

Ik heb het niet zo op complottheorieën, maar vooruit, hier komt er eentje van mij. Het heeft er alles van dat de Nederlandse regering wil dat haar onderdanen in het buitenland afzien van hun Nederlanderschap. Ze voert een ontmoedigingsbeleid. Als we met deze bezuinigingsmaatregelen massaal zouden besluiten te naturaliseren, zijn we van een hoop problemen af en bewijzen we de Nederlandse overheidsdienst een kostenbesparende dienst; consulaten kunnen dan gewoon dicht. Het enige voordeel van het hebben van een Nederlands paspoort voor een Nederlander als ik, die hoogst waarschijnlijk in Brazilië blijft wonen al weet je dat nooit helemaal zeker, is dat ik voor bepaalde landen met mijn Nederlandse paspoort geen visum nodig heb. Het vasthouden aan mijn Nederlanderschap is dan ook niet gebaseerd op rationele overwegingen, het is meer een gevoelskwestie. Dat paspoort heeft alles te maken met mijn roots. Ik mag dan wonen en geïntegreerd zijn in Brazilië, ik ben in Nederland geboren en getogen; ik ben er gevormd. Dat paspoort is veel meer dan een handig reisdocument. Het is het tastbare bewijs dat mijn wortels aan de andere kant van de oceaan liggen, onafhankelijk van het feit dat ik me hier meer dan thuis voel. Daarom schik ik me tegen wil en dank in de onsympathieke eisen van bezuinigingsmaatregelen van een land dat zijn overzeese burgers onderwaardeert.

Tineke Voorsluys