De boer

Het woord, en daarmee het beroep, boer heeft een behoorlijk negatieve klank. Denk alleen maar aan uitdrukkingen als: uit de klei getrokken boerenpummel; wat de boer niet kent dat vreet hij niet; boerenbruiloft; ongeletterde boer, om er maar een paar te noemen. Uit de taal blijkt hoe men staat tegenover het begrip ‘boer’. In het Portugees ligt dat wat ingewikkelder omdat er niet één woord voor ‘boer’ is en er nogal een maatschappelijk verschil zit tussen een ‘fazendeiro’ en een ‘lavrador’.

Wat in de taal tot uitdrukking komt, leeft meestal ook onder de mensen. Daar is ‘boer’ geen uitzondering op. Er wordt neergekeken op degene die voor ons dagelijks brood zorgt. Lomp, grof, vies en dom zijn woorden die heel gemakkelijk met hem geassocieerd worden.

Als je dat vergelijkt met wat er te zien was op een Agroleite in Castrolanda en wat er te doen zal zijn op een congres van precisielandbouw dat zal plaatsvinden in Não-Me-Toque dan moet dat beeld van de boer nodig bijgesteld worden. Wat een verscheidenheid aan techniek en kennis! Een ‘boerenpummel’ is echt niet in staat te werken met zulke ingewikkelde en geavanceerde technologie. Behalve kennis van moderne technologie, om om te kunnen gaan met ingewikkelde, verfijnde apparatuur, moet de boer van tegenwoordig ook werken met eeuwenoude kennis van zaken. Geen enkel apparaat vervangt ‘het oog van de meester’, onderschat die eeuwenoude kennis vooral niet.

Het is onbegrijpelijk dat er zo negatief tegen het beroep boer wordt en werd aangekeken. Het is allerminst een zaak voor kneusjes en achterlijken.

Behalve dat ze maatschappelijk in een verdoemhoekje zitten, hebben boeren ook te maken met allerlei nieuwe milieumaatregelen die hun bedrijfsvoering beperken. Denk aan mata ciliar en reserva legal, door kantoormensen uitgedachte regels om de natuur te beschermen die ertoe leiden dat sommige boeren meer dan 100 % van hun land moeten bebossen (toegegeven, in uitzonderlijke gevallen, maar het onderstreept het zotte van die regels). Milieumaatregelen zijn ongetwijfeld nodig en van essentieel belang om de leefbaarheid op onze aarde te waarborgen, maar laat ze niet door onkundige bureaucraten opstellen want dan kunnen vergezochte, onnodig belemmerende besluiten het gevolg zijn. In Nederland denken burgers dat ze medezeggenschap moeten hebben over boerenbedrijfsvoeringen, men wil de koeien in de wei en niet op stal want dat staat zo leuk.

Tja, men wil goedkoop eten, en romantische boerenbedrijven waar aan dierenwelzijn wordt gewerkt, wat men daar dan ook onder mag verstaan, en vooral veel bos. Dat gaat helaas niet samen. Wie daar al heel lang achter is, is die ‘achterlijke’ boer. Goedkoop eten wordt geproduceerd met nuchtere efficiëntie en het keihard tegen elkaar afwegen van inkomsten en uitgaven, daarbij geholpen door kennisuitwisseling op congressen en tentoonstellingen.

Het is een beetje gevaarlijk dat men datgene tegenwerkt dat aan de basis ligt van onze maatschappij. Ik ken geen ander beroep dat zo essentieel is voor het draaiende houden van de samenleving. Neem een willekeurig ander beroep in gedachten en de werknemers daarvan hebben voeding nodig; voeding die geproduceerd wordt door…

Het is meer dan lovenswaardig dat de boer ondanks milieuregels, politieke tegenwerkingen, de vaak ontzettend lange werkdagen, het sociale verdoemhoekje en de onzekere inkomsten toch doorgaat met het produceren van voedsel voor een bevolking die dat niet weet te waarderen. Dankzij de boeren draait de samenleving en dankzij hun daadkracht en scherpzinnigheid kunnen ze dat steeds beter en doelmatiger.

Een stem sprak tot aarde, hemel en zee.
En de boer heeft haar gehoord.
“Dankzij de boer die ploetert,
Bestaat de wereld voort!”*

*Gebaseerd op “Ballade van de boer” van J.W.F. Buning.

Tineke Voorsluys