Beestjes die zo klein zijn

Mijn vader, microbioloog, had aan ons kinderen zo’n beetje uitgelegd wat hij deed en mijn toen zeer jonge zusje vatte het als volgt samen: mijn vader onderzoekt beestjes die zó klein zijn dat ze elkaar niet kunnen zien. Wat heb ik daar de afgelopen dagen veel aan moeten denken terwijl ik op tv zag hoe een griepvirus het voortgaan van de wereld, nou ja, onze menselijke wereld, kan ontwrichten.

Het regende maatregelen en verboden, strikte regels waaraan iedereen zich opeens moest houden. Vrijheidsbeperkingen waarvan we niet wisten dat ze ons zondermeer opgelegd zouden kunnen worden. Maar wat erger was dan dat, was de paniekzaaierij in de pers.

Ik moet bekennen dat ik de eerste quarantaineweek niet anders gedaan heb dan eten, slapen en het nieuws volgen, op internet en op tv. Het werd zo’n beetje verslagen als een voetbalwedstrijd: x aantal mensen ziek, x aantal doden, aantal besmettingen loopt op, aantal doden toegenomen  (tussenstand met voordeel voor de tegenpartij). Er wordt van alles aan gedaan om het virus de baas te worden (gevecht van de thuisbasis, breed uitgemeten), en dat de hele dag door. Na een week werd ik er helemaal dol van en nam me voor het de week daarna anders te doen. Ik besloot om minder te luisteren naar het journaal en vooral om minder te stressen op internet. Maar je ontkomt er niet aan. Normaal is het leven op het moment niet, daar worden we de hele tijd mee geconfronteerd. Hetzij door journalisten die de ene na de andere specialist interviewen, hetzij door een eindeloze stroom al dan niet leuke grapjes, hetzij door steeds grimmiger wordende discussies waarbij we elkaar liefdeloos de maat nemen. Na die eerste week opgelegde quarantaine begonnen de zorgen over de economische situatie. Plotseling hadden we twee gigantische problemen, het virus en de economie. Een economie waarvan bepaalde sectors domweg waren stilgelegd. Een probleem zo groot als de wereld, en dat veroorzaakt door organismes die zó klein zijn dat ze elkaar niet kunnen zien. Een onoplosbaar vraagstuk en aan de basis een nietig klein virusje. Quarantaine zorgt voor een stop op de verspreiding van het Coivd-19, maar mensen moeten wel eten en daarvoor moeten ze boodschappen doen en geld verdienen. Terwijl ik dit schrijf zijn de eerste aanvallen op supermarkten in Italië al een feit. Mensen hebben geen geld.
Tjonge, wat een dilemma. Voor die mensen die denken dat ze de oplossing hebben en die zich verschanst hebben in hun eigen kampje, – er zijn er twee: die van de absolute quarantaine en die van terug-naar-normaal en aan het werk – er is geen oplossing. We zitten in een situatie waarop geen klaar of juist antwoord is.

Ik vind het jammer dat de pers op zo’n verschrikkelijke manier aan het stoken is. Ik vind het heel erg dat mensen helemaal in de knel komen, of door de isolatiemaatregelen of door de economische gevolgen daarvan, en ik vind het gebrek aan empathie voor de moeilijke situatie waarin een ander zich kan bevinden onverteerbaar. Het stikt op internet opeens van de deskundigen en woordvoerders die dé uitkomst uit deze pandemie hebben. En wat zo bedenkelijk is, de meesten hebben hun persoonlijke wijsheidje in pacht en laten dat in niet mis te verstane taal weten. Onze minister van volksgezondheid heeft daarom ook de zeer wijze raad gegeven om de media wat minder binnen te laten komen voor onze broodnodige emotionele rust.

Deze gecompliceerde tijd hoeft trouwens niet alleen maar negatief te zijn. De samenleving is min of meer tot stilstand gekomen. Het zou een tijd kunnen zijn waarin we ons afvragen waarom we toch zo verschrikkelijk veel waarde hechten aan zaken die eigenlijk niet belangrijk zijn en zo weinig waarderen wat echt belangrijk is. We kunnen prima leven zonder sport’helden’ en acteurs, maar de wereld draait niet gewoon door zonder dokters, verpleegsters, politie, vrachtwagenchauffeurs, werksters, vuilnismannen en… boeren, om maar een voorbeeld te noemen.

Die virusjes kunnen elkaar misschien niet zien, maar wij kunnen elkaar wel zien. En elkaar echt zien leidt tot naar elkaar omzien. Er waren, zoals in elke crisis behalve verachtelijk egoïsme ook heel mooie en hartverwarmende acties. Acties die het verschil maakten en nog steeds maken. Acties die nog lang nadat deze crisis is uitgewoed nodig zullen zijn. Er zijn veel beroepsgroepen die nu te maken krijgen met faillietgaan of net door kunnen blijven draaien. Mijn oproep is om in de eerste plaats onze eigen middenstand op te vangen. Betaal de academia gewoon door, al heb je geen les gehad, koop kleding en andere benodigdheden indien enigszins mogelijk lokaal en vergeet kleine zorgondernemers niet. Betaal de kapper gewoon een keertje extra al is er niet gekapt, bijvoorbeeld. Maak een financieel vangnet in je eigen omgeving als jijzelf niet tot de gedupeerden hoort. Tenslotte hebben we elkaar nodig.

Laten we ervoor zorgen dat zo’n minuscuul virusje ons niet klein krijgt!

Tineke Voorsluys